Artikel 5: De bewogen dagen van Schore - deel 5

De bewogen dagen van Schore - deel 5

door Bas Chamuleau

 

De kloosterboerderij St. Bernhard

In de vorige afleveringen is de kloosterboerderij van St. Bernhard bij Schore al even ter sprake gekomen. In deze aflevering wil ik daar wat dieper op ingaan. Het ‘klooster’ bij Schore is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Schore.

Afb.1. topografische kaart met locatie van het St. Bernhardklooster.

 

In 1237 is er sprake van een kloosterboerderij bij Schore. Zij was onderdeel van de cisterciënzers (= kloosterorde) abdij St. Bernhard bij Antwerpen.

De cisterciënzers hadden de opdracht zich te vestigen in een onbewoond gebied om dit in cultuur te brengen. Dit werk gebeurde door zogenaamde lekenbroeders, in dienst van de abdij. Zij hadden zich niet verbonden aan de kloosterregels van de cisterciënzer. Uit de aanwezigheid van de cistercienzers blijkt dat rond 1250 nog niet al het land in de omgeving van  Schore in cultuur was gebracht. Het bestond waarschijnlijk nog voor een groot deel uit schapenweiden, zoals die werden gebruikt voordat er dijken waren aangelegd. Aangetrokken door de werken van de lekenbroeders van St. Bernhard werd hier een parochie (Schore) gesticht die voor het eerst in 1251 werd genoemd.[1]  

 

Volgens Dekker, in zijn boek over Zuid-Beveland (1971), zou er in 1248 een dijkbreuk hebben plaatsgevonden daar waar de Eeweg aansluit op de zeedijk. Mogelijk hebben de broeders van St. Bernhard meegewerkt aan het herstel van de zeedijk.

Omstreeks 1250 verwierf de abdij van St. Bernhard ca. 24 ha. grond nabij Schore, mogelijk als dank voor de bewezen diensten. In 1266 is het land van de abdijboerderij te Schore uitgebreid tot ca. 32 ha.

Afb.2. kaart met locaties van de kloosters St. Bernhard en Jeruzalem rond 1250.

Verkoop kloosterboerderij St. Bernhard

De kloosterboerderij van St. Bernhard was gebouwd op de kreekrug gelegen tussen de Steenweg en de Eeweg (zie afbeelding 1).[2] Dit perceel was in 1559 nog bekend door de pacht die werd geïnd door de toenmalige eigenaar het klooster Jerusalem. De locatie van de kloosterboerderij nabij de boerderij Westdorp draagt de veldnaam: ‘Hoek daar waar het klooster heeft gestaan’. [3]

De kloosterboerderij was geheel zelfvoorzienend, het overschot aan goederen zoals landbouw producten, werden opgeslagen of verkocht. Ook de aan hen toekomende tienden (= het verplichte aandeel van de oogsten van de boeren voor de kerk) werden in de kloosterboerderij opgeslagen. De schuren werden dan ook vaak tiendenschuren genoemd.

Het beheer van de boerderij van de abdij St. Bernhard vanuit Antwerpen was waarschijnlijk een probleem. De gronden waren voor de abdij van St. Bernhard daarom niet rendabel terwijl dit voor het nabij Biezelinge gelegen nonnenklooster Jeruzalem wel aantrekkelijk was.[4] Dit klooster kocht in 1266 de kloosterboerderij met ca. 32 ha. land te Schore van de cisterciënzers abdij Sint Bernhard. Hiervoor hadden zij waarschijnlijk een financiële ondersteuning van hun stichter de heer van Maalstede.

Belasting

Ca. 24 ha. van de landbouwgrond van de kloosterboerderij te Schore was door de Graaf in 1252 vrijgesteld van grondbelasting. Deze goederen lagen in een gebied waar toen Gerard de Vrieze van Oostende de ambachtsrechten had. Hij weigerde het voorrecht van belastingvrijdom te erkennen en ging door met de heffing, ondanks dat hem dit door Graaf Floris werd verboden. De heer van Oostende moest hiervoor een boete betalen. Bij de overdracht aan het klooster Jeruzalem in 1266 werd ook het privilege van belastingvrijdom doorgegeven. Dit werd nog eens bevestigd door Graaf Floris V toen deze in 1271 te Yerseke verbleef. De ambachtsheren van Schore weigerden dit privilege voor de St. Bernhard abdij te respecteren, ook ten aanzien van het klooster Jeruzalem. De grafelijke vrijstelling was geen waarborg dat de ambachtsheren geen belasting hieven op de 24 ha. bouwland van St. Bernhard te Schore.

Kloosters gaan verloren

In 1572, tijdens de reformatie, is het klooster Jeruzalem te Biezelinge zwaar beschadigd en bleef er slechts een ruïne over. De nonnen vluchtten voor het geweld en verbleven tot 1578 in Goes. In het najaar van 1578 werd de katholieke eredienst op Zuid Beveland vervangen door de protestantse. De goederen van de kloosters werden in beslag genomen. Uit de abdijrekening van 1579 blijkt dat de goederen van het klooster Jeruzalem te Schore inmiddels een omvang had van ca. 53 ha. De jaarlijkse opbrengsten kwamen na de onteigening ten goede voor algemene doelen. De klooster goederen bleven nog lange tijd in bezit van de Zeeuwse overheid. Van de kloosterboerderij St. Bernhard is niets meer over. Mogelijk dat er in de grond nog wat stenen te vinden zijn.

Afb.3. tekening uit de 18e eeuw van het klooster Jeruzalem te Biezelinge.

 

Kloosterboerderij St. Bernhard aan de basis van ontstaan Schore

De stichting van de kloosterboerderij St. Bernhard bij Schore was de aanzet tot het ontginnen van het land. De lekenbroeders zullen het land geschikt gemaakt hebben voor landbouw. Dit zal navolging hebben gevonden door (schapen)boeren in de omgeving. Door de oprichting van de Parochie Schore zullen zich na 1250 meer bewoners zijn gaan vestigen waardoor de nederzetting Schore zich kon ontwikkelen tot een kerkdorp. Ook het Victorinnenklooster Jeruzalem in Biezelinge, waartoe de parochie behoorde, zal hieraan zeker hebben bijgedragen.

 

In de volgende aflevering zullen we ingaan op het ontstaan van het dorp Schore.

 

Bas is dijkendeskundige en aangesloten bij de Heemkundige Kring de Bevelanden, lid van de Archeologische Werkgroep Nederland en vrijwilliger bij Natuurmonumenten. Als AWN-lid schrijft hij geregeld artikelen over de bedijkingsgeschiedenis van Zeeland.

 

[1] Barth en Moerland. 1994. p.73.

[2] Dekker 1971, p.100

[3] IJsseldijk 1968.

[4] Dekker en Kruisheer 1973, p.60.